CranioSacraal, drie lichamen, één hart

 

Door Sharon Desjarlais
Vertaling Margriet Markerink

In 1948 had William Sutherland een "Aha" moment dat zijn denkbeeld over de door hem zelf ontwikkelde craniale osteopathie verruimde. Dit leidde uiteindelijk tot het ontstaan van drie nieuwe varianten van CranioSacraal Therapie: de variant Upledger, de Biodynamische variant en de Visionaire variant.  

Het begon allemaal in de jaren daarvoor, met Sutherlands observatie dat de naden van alle losse schedeldelen kleine tandjes hadden. Ineens realiseerde hij zich dat de hersenpan op die manier geconstrueerd was om te kunnen bewegen. Dit leidde tot een inzicht dat opnieuw een transformatie van de westerse manueel therapie inluidde. “Hij legde zijn handen op een patiënt en schakelde zijn denken net lang genoeg uit om niet in de weg te staan”, vertelt Michael Shea, PhD, schrijver van Biodynamic Craniosacral Therapy. "Opeens aanschouwde hij een kracht in het lichaam die uit eigen beweging correcties doorvoerde zonder dat hij zelf iets van kracht hoefde uit te oefenen op het systeem. Hij begon te schrijven over de noodzaak om eerbied te hebben voor deze zelfcorrigerende kracht.”

Eerbied voor de kracht van het menselijk lichaam ligt aan de basis van elke variant van  CranioSacraal Therapy (CST). Desalniettemin heeft elke variant zijn eigen identiteit. Voor het eerst gaan drie verschillende CST instructeurs met elkaar in discussie over hun gemeenschappelijke geschiedenis, datgene wat hen bindt, datgene wat hen van elkaar onderscheidt en werpen zij een blik op de toekomst.

De membraan variant: Upledger CST

Over één feit zijn alledrie de instructeurs het met elkaar eens: de persoon die CranioSacraal therapie introduceerde als manuele therapievorm is osteopaat John E. Upledger. "Hij had de moed om dat wat we tot 1985 nog craniale osteopathie noemden te gaan doceren aan mensen die geen achtergrond als osteopaat hadden', zegt Hugh Milne, DO (Doctor in de Osteopathie), schrijver van The Heart of Listening: een visionaire benadering van Craniosacraal Werk.

“Upledger's reis begon met zijn eigen "Aha" moment in 1971, toen hij assisteerde bij een neurochirurgische ingreep”, legt Don Ash, PT, schrijver van het CST Handboek, uit. "Ze waren bezig om de wervelkolom van iemand te openen, teneinde een verkalking van het ruggenmergvlies te kunnen verwijderen. Upledger werd gevraagd het hersenvlies op zijn plaats te houden, zodat de chirurgen vrij baan hadden. Hij kreeg het echter niet voor elkaar de pulserende bewegingen op die plek te doen stoppen en geen van de chirurgen en assistenten had enig idee waar ze vandaan kwamen.

Geïntrigeerd, besloot Upledger het mysterie te gaan oplossen. Bij zijn speurtocht stuitte hij op de theorieën van Sutherland en uiteindelijk ontwikkelde hij zich tot een bekwaam osteopaat. In 1975 kreeg hij van de Michigan State University een onderzoekssubsidie die het craniaal werk opnieuw in een stroomversnelling bracht. Hij trommelde 22 wetenschappers en onderzoekers op en gaf hen de opdracht om Sutherlands theorieën te bevestigen dan wel te ontkrachten. Zij wisten overtuigend aan te tonen dat de schedelbeenderen niet aan elkaar groeiden, zoals iedereen altijd had aangenomen. Nu hadden ze wetenschappelijk bewijs voor Sutherlands theorieën over de schedel in beweging. Upledger bestudeerde ook de effecten van CST op autistische kinderen. Toen hij hun schedelbeenderen 'ontwond' met behulp van zachte technieken gericht op de bindvliezen van het craniosacrale systeem, (craniosacral system membranes), zag hij gedragsverbeteringen. Ze werden socialer en toonden zich meer betrokken bij de wereld om hen heen. Upledger merkte op dat sommige kinderen emotionele uitbarstingen hadden tijdens behandelsessies en na afloop daarvan interactiever en ontvankelijker werden. Dit leidde ertoe dat hij zijn model uitbreidde met SomatoEmotional Release.

John was zo geïnspireerd dat hij alle craniale osteopaten wilde optrommelen en ze per bus wilde laten afreizen naar verschillende scholen om met deze kinderen te gaan werken. Het verhaal gaat dat hij maar drie craniale osteopaten vond, waarvan er niet een bereid was de busreis te maken. Dit motiveerde hem om zijn leven te gaan wijden aan het doceren van CST aan zoveel mogelijk mensen.

Upledger was van mening dat CranioSacraal Therapie van de hele wereld was. Het was niet exclusief voorbehouden aan welke medisch specialist dan ook. Hij begon les te geven aan osteopathie studenten, docenten, verpleegkundigen, ouders van kinderen met een beperking, kortom iedereen met enige basiskennis van de anatomie, de juiste intentie en een zachte hand.

De basis intentie: opgaan in en vertrouwen

In Healers on Healing, droeg Benjamin Shield, PhD, zijn boek op aan "Dr. John Upledger, die me leerde dat de kortste afstand tussen twee punten een intentie is." Deze nadruk op de intentie van de aanraking staat aan de basis van alle varianten van CranioSacraal Therapie. De basis intentie van CST volgens Upledger is: opgaan in en vertrouwen. We zetten al onze zintuigen in om het natuurlijke ritme van het centrale zenuwstelsel te voelen. We gaan erin op en luisteren, terwijl het craniale ritme ons naar bewegingsrestricties in de weefsels leidt. Daarna nodigen we het lichaam met zachte technieken en de juiste intentie uit om veranderingen door te voeren.

Andrew Still, de vader van de osteopathie, zei dat iedereen ziekte kan opsporen, maar hoe vinden we gezondheid? We kunnen niets genezen met CST. We faciliteren alleen maar het zelfhelend vermogen van de patiënt zelf. Deze vorm van therapie brengt geen enkel risico met zich mee.

Een vorm met een ander naam

Terwijl Upledger werkte aan de verfijning van zijn werk, borduurden andere osteopaten en manueel therapeuten voort op de inzichten van Sutherland en ontwikkelden hun eigen variant van CST. De grootste verschillen tussen de verschillende varianten is gelegen in de terminologie die ze gebruiken. Wat hen bindt is de overtuiging dat er een ritmische beweging is in het centrale zenuwstelsel en dat het hersenvocht helende eigenschappen bezit. Ook hangen alle varianten de osteopatische principes aan dat alles in het lichaam met elkaar in verbinding staat, dat functie vorm maakt en dat het lichaam alle kennis in huis heeft om zichzelf te kunnen helen. Allopathische interventies kunnen op gezette tijden nodig zijn, maar in principe heeft het lichaam alle zelfhelende capaciteiten zelf in huis. Verder vinden alle varianten dat de behandeling zelf met zo weinig mogelijk manuele druk dient te worden uitgevoerd. Tenslotte spreken alle varianten hun waardering uit voor de potentie van het hersenvocht en erkennen dat dit een bewustzijn heeft. Biodynamics en Visionary gaan hier dieper op in en dat is goed, want er valkt nog heel veel te leren over de aard van lichaamsvloeistoffen.

Het vloeibare model: Biodynamische CST

Toen student massage Michael Shea in 1976 de term 'craniaal werk' hoorde, kreeg hij een eureka moment. Dr. Michael Shea B.A., M.A., Ph.D, B.C.S.T."Ik wilde het beslist leren, dus ik liep alle opleidingen en workshops af die ik maar kon vinden. Maar die vonden allemaal in het verborgene plaats en werden alleen in de weekeinden gegeven door osteopaten. Een ervan was John Upledger.”

Shea ging lesgeven aan het Rolf Institute, maar werd in 1981 getroffen door een burn-out, die te wijten was aan het loodzware dagelijkse massagewerk. “CranioSacraal werkte met zulke zachte bewegingen. Als ik dat ook ging doen, zou dat een behoud zijn voor mijn nek, ruggengraat, gewrichten en mijn hele lichaam. Dus wierp ik me er weer op." Vijf jaar later nodigde Upledger Shea uit een van zijn eerste CST docenten te worden. Hij nam de uitnodiging aan en doceerde een jaar lang CST, waarna hij zijn eigen opleiding begon, zodat hij ook 'Myofasciale Release' (de behandeling van knopen in spieren en storingen in het bindweefsel) zou kunnen doceren.

Op een gegeven moment hoorde Shea over James Jealous, een osteopaat die Sutherlands craniale osteopatie had doorontwikkeld, volgens de biodynamische aanpak. "Ik wilde weten of de biodynamische aanpak een nieuwe fase van craniaal werk inluidde', vertelt Shea. Jim liet zich verleiden tot een reeks telefonische interviews die een jaar duurde en al snel bleek dat het hier een heel andere opvatting van craniaal werk betrof. Sutherland was de bron ervan, dus betrof het hier een vorm van cranio, maar dan wel eentje gebaseerd op de vorm die Sutherland in de laatste fase van zijn leven aan het ontwikkelen was, na zijn moment van inzicht dat het lichaam een zelfhelende kracht heeft die associaties heeft met een veel langzamer ritme dan het craniale. Het biodynamische model draait om jezelf synchroniseren, jezelf in lijn brengen met dat langzame lichaamsritme, genaamd 'de branding', in plaats van met snellere ritmes zoals het craniale. Shea: “Sutherland merkte op dat dit langzamere ritme in het hele lichaamssysteem aanwezig is en driedimensionaal van aard. Het heeft de potentie om veranderingen in het lichaam te bewerkstelligen en het is in staat om het therapeutische proces gericht in te zetten. Ik vertel mijn studenten dat de meesten van ons geleerd hebben om op 8 procent van het menselijk lichaam te werken. Maar omdat biodynamisch werk alle vloeistof bevattende onderdelen, ook wel het vloeibare lichaam' genaamd, als een geheel meeneemt, kunnen we op 92 procent van het menselijk lichaam werken.”

De Biodynamische Dans

Een Biodynamische behandeling richt zich hoofdzakelijk op zelfbewustzijn. Shea zegt: "Wanneer je in opleiding bent, moet je 80 procent van een sessie bezig zijn met het afstemmen op je eigen driedimensionale heelheid. Die heelheid breng je dan over op je klant. In een later stadium is het zo'n fifty fifty, maar eerst moet je leren om jezelf te aarden en te belichamen, want als je met een klant bent  'lees' je deze met je hele lichaam."

Het is een behandelaar-behandelde dans, aldus Shea. "We kunnen onze aandacht niet 45 minuten lang bij de klant houden. Daar gaat het centrale zenuwstelsel van door het lint. Dus leren we om in cycli van langzame afstemming te dansen. De behandelaar richt zijn aandacht op de klant en dan weer op zijn eigen lichaam, om toezicht te houden op zichzelf. Hij kan zijn aandacht verplaatsen naar een wolk die hij door het raam ziet en daarna weer op de klant. Waar het allemaal om draait is dat de behandelaar nagaat of het vloeibare lichaam van de klant in staat is om zich als een driedimensionaal geheel af te stemmen op het langzame ritme. Het is deze ritmische cyclus die het zenuwstelsel weer opbouwt.”

Verschil in timing

Na de ontwikkeling van het craniale concept door Sutherland, deden we er tientallen jaren over om het mechanische model te verfijnen, aldus Shea. “Maar na verloop van tijd bleek het werken op afzonderlijke delen van het lichaam niet meer te voldoen. Osteopaten merkten op dat de delen in directe relatie stonden met de fysiologie van het hele lichaam. Dat was het moment waarop het functionele model ontstond. En nu raakt het biodynamische werk, dat bij het geheel begint en pas daarna de delen afzoekt, ingeburgerd in de verschillende modellen."

Volgens Shea is de Upledger CST methode een zeer effectief functionenerende variant.  “Het is 'af' waar het de focus op neurofysiologie en bindweefsel betreft.” En het visionaire model verrijkt CST met een spiritueel element en een zeer welkome nadruk op het hart. Het voornaamste verschil is dat de biodynamische variant zich richt op het langzame ritme en dit beschouwt als een proces waar twee personen lichamelijk aan deelnemen: de behandelaar en de behandelde. En dan is het wachten op het moment waarop alles stilvalt, het zogenaamde stilpunt. In deze stilte kan heling en vernieuwing plaatsvinden.”

De mystiek variant: Visionary CST

“De visionaire variant stamt uit 1899, toen Sutherland studeerde bij Andrew Still”, zegt osteopaat Hugh Milne. "In Contributions of Thought, zei Sutherland, 'Je zou kunnen zeggen dat Dr. Still een soort röntgenstraal blik had. Hij kon dwars door je heen kijken en dingen zien zonder zijn handen op je lichaam te hoeven leggen. Met de regelmaat van de klok komt hij binnenwandelen, wijst op de proefpersoon en zegt, 'Kijk, daar zit hem het euvel'. Hij raakt de proefpersoon niet aan, maar ziet gewoon wat eraan schort.”

"Ik begon soortgelijke ervaringen te krijgen op de opleiding osteopathie”, legt Milne uit. “Een patiënt kwam binnenlopen en ik wist meteen wat er met hem aan de hand was. Eerlijk gezegd deed me dit behoorlijk aan mijn eigen geestesgesteldheid twijfelen.”Zijn zoektocht om te begrijpen wat hem was overkomen leidde hem naar India, waar hij in een ashram ging wonen en ging werken in een multidisciplinaire kliniek. Nu kon hij eindelijk vrijuit osteopatische behandelingen geven volgens zijn eigen inzichten. “Ik leerde Shiatsu en ook beter mediteren”, zegt Milne. "Dat alles bij elkaar ontwikkelde zich tot visionair CranioSacraal werk." Angeles Arrien, een sjamaan en leraar, zei dat een visionair vier dingen in staat is om vier dingen tegelijkertijd te zien: alle lichaamsdelen apart, het lichaam als een geheel, de spirituele reis die de klant maakt en zijn eigen proces. En al deze vier kan hij tegelijkertijd behandelen. "Dat is een van de grondbeginselen van de viervoudige manier van begrijpen die Visionaire Craniosacraal behelst" zegt Milne. "Maar het geniale van dit werk is simpelweg de magie die plaatsvindt tussen twee mensen.”

Milne ziet CST als spirituele oefening helemaal zitten. “Het in ere houden van stilte is wat mij betreft een spirituele oefening, dus gebruik ik meditatie om me voor te bereiden op mijn visionaire werk. Rumi zei, 'Er is een weg tussen het gesproken woord en aanwezig zijn waar informatie vloeit. Wanneer je gedisciplineerd stil bent, opent hij zich. Wanneer je er maar op los praat, sluit hij zich.' Als ik stilte betracht, opent het kanaal zich. Op een goede dag pik ik informatie op met mijn inner oor. Ik voel de zielenreis van de klant met mijn eigen hart en ziel. En ik doe mijn best om met behulp van verbale en nonverbale middelen mijn klant te helpen hun innerlijke weg weer terug te vinden."

Visionair werk omvat ook de gereedschappen van het klassieke sjamanisme, zoals de ziel terughalen, rituelen en kennis van de helende krachten van de natuur. De uiteindelijke intentie is iemand weer op eigen benen te zetten. "Wanneer je een sjamaan bezoekt is het gebruikelijk om deze te begroeten met 'ik kom naar jou omdat ik wil zien' ", zegt  Milne. "Dat betekent: Ik heb het zwaar. Ik ben ziek. Ik ben uit evenwicht en kan het in mijn eentje niet meer aan.” Het doel is die persoon weer op eigen benen te zetten, om hem weer terug te leiden naar zijn ware zelf. Bij visionair werk zie ik een stralende mens die in zijn kracht en schoonheid staat. Die in contact staat met zijn gaven, zijn genialiteit. Het is de taak van de behandelaar om deze persoon te helpen weer in zijn stralende kracht te komen staan, niet om hem van een of ander symptoom af te helpen.  Wij helpen mensen een open hart, een helder hoofd en een vrij lichaam terug te winnen.”

De onbenoembare variant

"Ik heb groot respect voor andere varianten van cranioSacraal werk,” zegt Milne. "Upledger lijkt Sutherland's oude manier van lesgeven te volgen. De biodynamische variant heeft voortgeborduurd op Sutherland's werk in de laatste jaren van zijn leven: de wijsheid in lichaamsvloeistoffen. Het houdt ook de stilte in ere en de Taoistische begrip dat dat wat moet gebeuren zal plaatsvinden als we een open veld creeëren waarin we ons onthouden van elk oordeel. Wanneer je het menselijk lichaam vrij baan geeft, zal de ziel in al haar wijsheid kiezen voor het beste en het hoogste goed voor lichaam en ziel.”

Visionair werk legt de nadruk op de mens als ziel-op-reis, maar uiteindelijk doet het er volgens Milne niet toe welke definities je hanteert. “De klant richt zich op de persoon van de therapeut, niet op de therapie. Ik droomde ooit dat Sutherland mijn kamer binnen kwam wandelen, me vriendelijk aankeek en zei, “Probeer er geen naam voor te verzinnen. Geen enkele naam dekt de lading.” Ik ontwaakte met een schok. Had ik een geestesverschijning gezien? Had ik het zelf gefantaseerd? Ik weet het niet, maar de woorden klinken als de waarheid. Upledger, Biodynamics of Visionair, je zou er geen naam op moeten plakken. Geen van die namen dekt de lading.”

Van inspiratie naar evolutie

Tot op de dag van vandaag zijn de drie varianten van CranioSacraal Therapie, geïnspireerd door Sutherland, in ontwikkeling. "Toen ik in 1984 begon met lesgeven, dacht ik dat CST alleen maar een trend was” vertelt Milne. “Maar in plaats daarvan is het alleen maar gegroeid. Ida Rolf zei ooit tegen haar studenten, 'Als een van jullie over vijf jaar alleen maar uitvoert wat ik jullie geleerd heb, zal ik als docent hebben gefaald.' Dat is mijn definitie van een goede leraar. Elke behandelaar moet zijn eigen genialiteit ontdekken en ernaar handelen.”

Noot van de schrijver: De verschillende spellingwijzen "CranioSacraal" en “Craniosacraal" zijn gebaseerd op de persoonlijke voorkeuren van de instructeurs.